header

1 JULI: BEËINDIGING VAN SLAVERNIJ

1 juli is een dag die ook wel ketikoti genoemd wordt. Op 1 juli 1863 werd slavernij beëindigd in de Nederlandse koloniën. Maar de voormalig slaafgemaakten moesten nog 10 jaar blijven werken voor hun voormalige eigenaar.

30 juni is de dag waarop slavernij wordt herdacht. Het is niet de datum waarop alle slavernij in Nederlandse gebieden werd beëindigd, in Indonesië ging de slavernij nog langer door.

EEN VERBORGEN GESCHIEDENIS

Dat slavernij een onderdeel is van de Nederlandse geschiedenis is een lastig onderwerp. Er wordt weinig over gesproken, het gebeurde lang geleden en niet op Nederlandse bodem. Voor de meeste Nederlanders neemt het geen plek in in hun direct familie geschiedenis. In het collectieve geheugen is het alsof het niet is gebeurd.

Vanaf de jaren ’70 zijn er steeds weer groepen inwoners gekomen voor wie deze geschiedenis wel diep heeft ingegrepen in hun familie, en steeds weer komt het onderwerp naar voren. Er wordt om aandacht gevraagd, om excuses. Als die excuses komen, neemt het niets weg van de pijn in de familiegeschiedenis.

Het gesprek blijft lastig en pijnlijk. Misschien kunnen we het ook anders aanpakken. Misschien is het goed dat onze aandacht eerst wat stiller is. Dat we onze draagkracht en vermogen om met lastige en pijnlijke onderwerpen om te gaan eerste vergroten, onze compassie aanwenden en omvattender maken.

Voor meer geschiedenis, klik hier

HET MOEIZAME GESPREK

In de gesprekken die we erover voeren, vallen een aantal dingen op: Het gesprek wordt niet gevoerd, na een paar zinnen ontaardt het gesprek al snel in niet meer luisteren, deelnemers komen vast te zitten in eigen posities, standpunten van de ander worden niet meer gehoord en zelfs niet meer geaccepteerd.

Pijn, veel pijn. Pijn van het generaties lang slaaf gemaakt zijn, pijn om vernedering, de ontmenselijking en de ontkenning en de discriminatie. De pijn en onmacht on een ontluisterende collectieve geschiedenis, beschamend. En veel te pijnlijk om daar individuele verantwoording voor te nemen. En veel boosheid bij mensen die dit voelen als een verantwoording die bij hen wordt neergelegd en de eigen strijd om het bestaan niet wordt erkend. De pijn en de beschaming en ongemak in deze gesprekken geven alleen maar meer bouwstenen om die muur dikker te maken. Meer over moeizame gesprekken, klik hier

FUNDAMENT LEGGEN

Wat kunnen we anders doen? 1 juli, de dag waarop de wet in werking trad om een begin te maken om slavernij af te schaffen, is een dag waar niet veel aandacht voor is. Maar misschien is het wel een goede dag om een dag van mindfulness en heartfulness of compassie van te maken. In plaats van meegesleurd te worden in discussie en standpunten, momenten van stilte, aandacht en compassie.

MINDFULNESS EN HEARTFULNESS

Wie wel eens mindfulness heeft beoefend kent de praktijk om met aandacht te zitten. De ademhaling te voelen, je lichaam terwijl je zit. Dat geeft je een stabiele basis en ga je steeds weer naar terug. Daarna kan je je aandacht richten op wat op komt aan gedachten en emoties. Net zoals je adem komt en gaat, fysieke sensaties opkomen en weer gaan, zo is het ook met gedachten. Ze komen en gaan. Welke gedachten en emotie brengt dit thema in je omhoog. Kan je rustig ademend iedere gedachte en elk gevoel in je bewust zijn laten komen en je er niet door laten vastgrijpen.

Naast mindfulness is er ook heartfulness, of ‘compassionate exchange’. In deze meditatie maak je contact met het tederste deel van je hart. Adem rustig in en uit. Zijn er belangrijke gedachten en emoties die pijn deden? Adem de pijn in, laat ze in dit tedere deel van je hart komen, adem liefde uit. Richt je aandacht op anderen die deze zelfde emotie kennen, adem ook hun pijn in en adem liefde naar hen uit. Adem alle pijn van de wereld rondom dit thema in en adem liefde uit. Doe dit rustig en in je eigen tempo. De thema’s die om compassie vragen lopen ver uiteen. Uiteraard voor alle mensen die onder de uitbuiting hebben geleden

DE INVULLING VAN DE DAG

Dit is onze uitdaging:

Mindfulness vraagt ons om in stilte met onze aandacht te zijn en te blijven bij pijn en lijden. Onze fysieke aanwezigheid zowel in het zitten en als in onze ademhaling in te zetten om alles wat zich aandient aan gedachten en emoties rondom het thema slavernij onder ogen te zien, te voelen en te ervaren.
De uitnodiging is om alleen of met anderen samen te komen en deze dag te gebruiken om aandacht te hebben voor dit thema.
Hoewel ook debat en gesprek zijn nut en plaats heeft in dit thema, vragen we hier om stille aandacht. Gezamenlijk of alleen.
Voel je vrij om deze dag in te vullen op de manier die past bij jou, misschien wil het samen met anderen doen, misschien doe je het alleen.

Een programma zou er zo kunnen uitzien:

Doe mee, of kies tijden die bij jou aansluiten:

6.00 – 8.00 uur. Maak tijd vrij voor je aan je dag begint, 20 minuten wordt meestal aangehouden als je er niet aan gewend bent. 40 minuten schijnt een goede tijd te zijn om gedachten tot rust te brengen, te gewennen en ze iets meer uit te dagen. Voor sommigen werkt het goed om te zitten, even te lopen en weer te gaan zitten. Het legt een goede basis om te oefenen in en uit de concentratie te komen.

11.30 – 13.30

16.00 – 18.00

19.30 – 21.30

VOOR WIE IS DEZE DAG?

Het is een dag voor iedereen die zich daar toe geroepen voelt. Als bijdragen aan de discussie aanvoelt als een bijdrage die alleen maar helpt met polariseren en niet meer met verbinden.

Wanneer het een last is om compassie en aandacht te hebben voor een groep waar je geen verbinding meer voelt, of wanneer het gevoel dat je opgezadeld wordt met een collectieve geschiedenis waar jen iet voor verantwoordelijk gesteld wilt worden, dan is deze dag niet voor jou.

Maar juist zij die wel de ruimte ervaren om in stilte, met aandacht te blijven met alles wat dit thema in ons oproept, kunnen we een gezamenlijke draagkracht opbouwen, waarmee uiteindelijk ook de gespreksvoering soepelere zal gaan, omdat we de basis leggen om te luisteren, om aandachtte hebben bij waar het pijn doet, zonder daarvoor weg te deinzen.



MEER GESCHIEDENIS

Onze vroegere geschiedenis boeken gaven niet zoveel informatie over de rol van slavernij in het drijven van handel van Afrika naar Amerika. Wel dat we koloniën hadden, waaronder Suriname en de Antillen, maar dat deze plaatsen een tussenhaven waren voor de slavenhandel en waar slaafgemaakten werkten op de plantages werd zwaar onderbelicht.

Nederland was één van de landen die zich naast de Engelsen en de Portugezen bezig hebben gehouden met slavenhandel, en het verschepen van slaaf gemaakten van Afrika naar Amerika. Nederland nam de dominante handelspositie over van de Portugezen van ongeveer 1630 tot in de 18de eeuw, waarna de Engelsen deze dominantie positie overnamen.

Het verschepen van Afrika naar Zuid-Amerika was een vreselijke tocht. 30% van de gevangenen overleefden het niet.

Op plantages in de Antillen en Suriname werden mensen als slaaf op plantages te werk gesteld. Het afschaffen van de slavernij gebeurde in etappes, eerst de trans-Atlantische handel, daarna afschaffing van slavernij, maar voormalige slaven bleven onder staattoezicht staan en hadden een verplicht arbeidscontract, zij moesten nog 10 jaar op de plantages blijven werken. In Suriname kregen de eigenaren een vergoeding van ƒ 300,- per slaaf. De voormalige slaafgemaakten kregen niets.

Voor uitgebreidere informatie over de geschiedenis van slavernij zie:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_Nederlandse_slavernij

https://www.groene.nl/artikel/de-geschiedenis-van-de-stilte

Bij deze discussie komt ook regelmatig naar voren dat er meer over slavernij te zeggen is. Ook uit arabische landen haalden slaven uit Afrika, ook uit kustgebieden van Europa werden mensen geroofd om verkocht te worden op slavenmarkten, waar ook buitgemaakte zeelui werden verhandeld. Komt deze gedachte op in de meditatie, dan is het vanzelfsprekend om ook daar met compassie en mindfulness bij te zijn.

MEER OVER MOEILIJKE GESPREKKEN

Het is niet zo vreemd dat dit gespreksonderwerp zo moeilijk valt, al hadden velen verwacht dat we dit gesprek juist als Nederlanders veel eleganter zouden kunnen voeren.
Er spelen een aantal factoren mee, uit verschillende kanten komt naar voren dat we ons vermogen tot tolerantie naar andere culturen en andere gezichtspunten schromelijk overschatten.

Het blijkt verrassend zwaar te zijn om eigen daderschap onder ogen te komen, ook als het een collectief daderschap, waar je persoonlijk geen deel aan hebt gehad.

  • Iets over ons vermogen tot tolerantie
  • Iets over ons vermogen om kwaad en goed in de wereld om ons heen en onszelf te ontdekken

Iets over ons vermogen tot tolerantie:

Evolutionair gezien zoeken we veiligheid in een ons bekende omgeving gevuld met mensen die we kennen en die vaak ook op ons lijken. Niet alleen uiterlijk, maar ook met gedeelde waarden en inzichten. We maken ons maar heel langzaam en in kleine stapjes los van onze omgeving en de gedeelde inzichten. Daarmee krijgen we mee of ontwikkelen we een wij-zij denken, waar we maar moeilijk vanaf komen. Wanneer we het gedachtengoed van onze omgeving ons hebben eigengemaakt, gaan we pas over om ons ervan los te maken. We zoeken naar manieren om zelf normen en waarden te formuleren en staan open voor de meningen en inzichten van anderen. Maar ook dan nog zijn kernwaarden (bijvoorbeeld democratie èn tolerantie) zo belangrijk dat we het niet kunnen nalaten om mensen die zich daar niet aan houden, niet toe te laten.

Over het voeren van gesprekken over slavernij en discriminatie komen steeds nieuwe inzichten. Eén daarvan is dat we als mensen evolutionair zijn gericht op de eigen groep en/of mensen die we daartoe rekenen. Meestal zijn dat de mensen met wie we opgegroeid zijn en die allerlei kenmerken, fysieke en ook gedachtengoed met ons delen. Uit recent onderzoek blijkt steeds weer dat we de laatste decennia ons vermogen om tolerant te zijn nogal hebben overschat

Iets over ons vermogen om kwaad en goed in de wereld om ons heen en onszelf te ontdekken:

Als baby zijn we afhankelijk van de ons omringende wereld voor ons overleven. Hoe goed ouders ook zorg hebben, het is niet mogelijk om altijd overal in de juiste mate aanwezig te zijn met datgene wat het kind nodig heeft. Er zijn onvermijdelijk momenten dat we niet krijgen wat we nodig hebben. We ervaren ongemak van vieze luiers en lege magen. Instinctief klampen we ons vast aan haar die voedsel geeft. Naar mate we ouder worden, gaan peuteren en kleuteren, ontdekken we dat we ouders, mensen om ons heen blij kunnen maken, En wanneer ze blij zijn, is de kans groter dat ook wij krijgen wat we willen. We kunnen ons inspannen en iemand anders blij maken. Pas veel later ontdekken we dat de vanzelfsprekendheid waarmee we aannamen dat de buitenwereld ons voorzag in wat we nodig hadden helemaal niet bestaat. Het kost anderen net zoveel inspanning om iets aardigs te bedenken en attent te zijn als het van ons vraagt. Kennelijk vraagt het de ervaring om dat zelf voor anderen te doen, voordat we dat in anderen herkennen. Het schijnt bij een normale ontwikkeling tot ongeveer het 12 jaar te duren, voordat we dit kunnen zien. Nog veel later (vroege volwassenheid) dat we onder ogen kunnen zien dat niet alleen de omringende wereld, de ‘anderen’, mensen kwaad kunnen doen, maar ook wij zelf. Onze beste bedoelingen kunnen verkeerd uitpakken, we zijn blind voor wat een ander nodig heeft, we hebben het niet gezien, we waren veel meer bezig met wat wij nodig hadden of bereiken wilden. Het lijkt wel zo te zijn dat vanuit ons eigen standpunt de we niet anders konden. De erkenning, al is het maar voor onszelf, dat wij in ons bestaan andere mensen kwaad doen. We hebben een heel arsenaal aan gedrag en rationaliseringen waarop we automatische en vanzelfsprekend terugvallen:

  • Ontkennen dat het door onze schuld is gebeurd.
  • Vasthouden aan goede bedoelingen, in plaats van stil te staan bij effecten van ons gedrag (ook al waren ze zo niet ‘bedoeld’.)
  • Volhouden dat wanneer de ander maar ziet wat de goede bedoelingen waren, eigen inzichten bijstelt zodat onze bedoeling ook daadwerkelijk ervaren wordt. En de ander inziet dat we geen (moedwillig) pijn hebben bezorgd.
  • Uitleggen dat we het niet gezien hebben, achtergronden niet wisten of informatie niet hadden, geen idee hadden over de gevolgen of die niet konden voorzien.
  • Wanneer we wel toegeven dat wij het gedaan hebben, wegzinken in groot schuldgevoel, zo groot dat ons lijden daarna bijna nog groter is dan de pijn van degenen die slachtoffer werden van ons gedrag. Het vraagt veel om niet weg te zakken in schuld en schaamte, niet om te keren en te zoeken naar waar je zelf slachtoffer bent geweest, maar op tegelijkertijd zachte als krachtige manier overeind te blijven bij de erkenning van pijn berokkenen.

In de laatste decennia hebben veel mensen processen doorgemaakt waarin zij oud zeer hebben opgelost. Jeugdtrauma’s onder ogen hebben gezien. Dat legt de basis om langzaam aan meer en meer onder ogen te zien dat mensen elkaar pijn berokkenen. Was er eerst de uitdaging de eigen pijn onder ogen te zien, dan komt er steeds meer ruimte om het eigen pijn berokkenen onder ogen te zien. Ook dit vraagt om compassie.

In dat opzicht is het makkelijker om te kijken naar ‘blanke slavernij’ omdat de dader ‘de ander’ is. Bij het thema van de rol van Nederland in het verleden komt het dader zijn dichterbij, hoewel het nog steeds geen persoonlijk daderschap betreft. In de lijn van zenleraren is er een leraar die heeft aangegeven dat het onder ogen zien van eigen dader zijn, veel te zwaar is voor mensen om te doen. Of dat ook daadwerkelijk zo is, valt nog te bezien, met deze dag zetten we daar een stap in.